Know-how Wat betekent de Hoge Raad-uitspraak over Box 3 / Spaartaks voor jou?

Wat betekent de Hoge Raad-uitspraak over Box 3 / Spaartaks voor jou?

De Hoge Raad heeft op 24 december 2021 geoordeeld dat de oude Box 3 heffing moet worden aangepast. Naar aanleiding van dit arrest is het systeem van Box 3 heffing aangepast. Het nieuwe systeem heft nog steeds op basis van fictieve rendementen, waarbij spaargeld nagenoeg niet meer belast wordt. Ook bij de nieuwe Box 3-inkomen berekeningswijze, kan sprake zijn van een te hoge belastingheffing over uw vermogen. Lees hieronder meer over dit onderwerp, én of bezwaar zinvol voor u is.

Wat betekent de Hoge Raad-uitspraak over de Box 3 belasting voor jou?

Op 24 december 2021 heeft de Hoge Raad geoordeeld dat het destijds van toepassing zijnde Nederlandse systeem voor Box 3 belasting (de vermogensrendementsheffing) voor de jaren 2017 en 2018 in strijd is met het recht op eigendom en met het verbod op discriminatie.

Nederland heft inkomstenbelasting over vermogen op basis van een zgn. fictief rendement. Niet de daadwerkelijk behaalde resultaten worden belast, maar de omvang van het vermogen wordt belast tegen een bepaald percentage. In het oude systeem worden hogere vermogens geacht meer rendement te realiseren, waardoor het percentage oploopt als het vermogen groter wordt. Dat systeem zag er zo uit:

Omvang vermogen Fictief rendement Tarief over rendement Feitelijke belastingdruk
Tot € 100.000 1,82% 31% 0,56%
€ 100.000 – € 1.000.000 4,36% 31% 1,35%
Boven € 1.000.000 5,53% 31% 1,71%

Behaalde je met (risicovolle) investeringen of beleggingen bijvoorbeeld 25% rendement in een jaar, dan ben je in dit systeem spekkoper. De belastingheffing vindt namelijk plaats op basis van maximaal 5,53% rendement. Bestaat je vermogen echter uit spaargeld of andere bezittingen met 0% of zelfs een negatief rendement, dan betaal je in dit systeem belasting over opbrengsten die je helemaal niet hebt gerealiseerd.

De Hoge Raad heeft nu geconcludeerd dat dit Nederlandse systeem van vermogensrendementsheffing in strijd is met de regel van Europees Recht om vrij te mogen beschikken over je eigendom (vermogen), omdat deze Box 3-heffing verhoudingsgewijs een te zware financiële last verbindt aan de keuze om niet risicovol te gaan beleggen (lees: te gaan sparen).

De uitspraak van de Hoge Raad werd inmiddels al door andere rechters verwerkt in hun uitspraken, zoals door Rechtbank Noord-Holland op 7 januari 2022. Klik hieronder voor een samenvatting van die uitspraak.

Lees de samenvatting

X gaf in zijn aangifte IB 2017 een belastbaar inkomen in box 3 aan. De rendementsgrondslag bedroeg € 872.796 en bestond uit bank- en spaartegoeden (€ 832.870), aandelen, obligaties en dergelijke (€ 5.961), overige vorderingen en contant geld (€ 58.965). Dit werd verminderd met € 49.760 voor vrijgestelde groene beleggingen en € 25.000 voor heffingsvrij vermogen. Het belastbaar inkomen uit sparen en beleggen bedroeg € 38.853 en de belasting hierover € 11.655. X maakte buiten de zeswekentermijn bezwaar tegen de box 3-heffing en stelde dat het daadwerkelijk in 2017 met het vermogen behaalde rendement € 9.516 bedroeg. De inspecteur verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding, merkte het bezwaar aan als een verzoek om ambtshalve vermindering en wees dit af. X ging in beroep. Rechtbank Noord-Holland stelde hem in het gelijk. De Rechtbank verklaarde het beroep gegrond op grond van het box 3-arrest van 24 december 2021 van de Hoge Raad. Voor zover de vermogensrendementsheffing zoals die in 2017 gold, resulteerde in een belastingheffing naar een voordeel uit sparen en beleggen dat hoger was dan het werkelijk behaalde rendement, zoals in het geval van X, leidde dit volgens de Rechtbank tot een schending van de door artikel 1 EP, in samenhang met artikel 14 EVRM, gewaarborgde rechten van X. De Rechtbank bood voor deze schending rechtsherstel door te bepalen dat alleen het werkelijke rendement van X in de heffing werd betrokken. Dit betekende dat het voordeel uit sparen en beleggen van X voor het jaar 2017 moest worden bepaald op € 9.516. 

De Staatssecretaris van Fiscaliteit heeft ervoor gekozen om Box 3 compensatie te verlenen aan alle personen die tijdig bezwaar hebben gemaakt tegen aanslagen inkomstenbelasting 2017 (en later), op basis van een nieuwe berekeningswijze van het Box 3-inkomen. Deze nieuwe Box 3 berekeningswijze, wordt de “spaarvariant” genoemd.

Wat is tijdig bezwaar maken? Dat betekent dat er binnen zes weken na dagtekening van een definitieve aanslag inkomstenbelasting bezwaar moet zijn gemaakt tegen deze aanslag.

Alle aanslagen inkomstenbelasting die nog niet onherroepelijk vaststonden (vanaf zes weken na dagtekening van de aanslag) op 24 december 2021 komen ook in aanmerking voor Box 3 compensatie op basis van de zogenaamde spaarvariant.

De spaarvariant berekent Box 3-inkomen, wederom op basis van fictieve rendementen, waarbij voor de rendementen zo dicht mogelijk bij de werkelijke rendementen wordt aangesloten. Vermogen wordt verdeeld in twee hoofdcategorieën. Spaargeld en beleggingen. Voor schulden wordt een fictief (negatief) rendement in aanmerking genomen. De percentages zijn:

Soort vermogen 2017 2018 2019 2020 2021
Spaargeld 0,25% 0,12% 0,08% 0,04% 0,01%
Beleggingen 5,39% 5,38% 5,59% 5,28% 5,69%
Schulden 3,43% 3,20% 3,00% 2,74% 2,46%

Omdat de spaarvariant nog steeds met fictieve vermogensrendementen werkt, én slechts twee hoofdcategorieën vermogensbestanddelen kent, is het ook nu nog steeds mogelijk dat er een te hoog Box 3-inkomen in aanmerking wordt genomen waarover Box 3 belasting wordt berekend.

Controleer uw belastingaanslag dan ook scherp, en dien tijdig bezwaar in tegen de nieuwe Box 3 heffing indien dat nodig is. Wij helpen u hier uiteraard ook graag mee.

Aarzel niet om contact met ons op te nemen om te bekijken of er voor u ook mogelijkheden zijn om de Box 3 belasting geheel of gedeeltelijk terug te vragen.